Van integratiepact naar samenlevingspact: de kwantumsprong.

Via het integratiepact zet de huidige Vlaamse Regering in op een brede maatschappelijke mobilisatie om een trendbreuk te realiseren in de dynamiek rond de etnische kloof. Daartoe heeft de regering de intentie verklaard om een nieuw instrument te creëren: een ‘integratiepact’. Dat wordt in het Vlaamse regeerakkoord als volgt omschreven:

Vlaamse regering 20160504

“We sluiten een integratiepact met de lokale besturen, sociale partners, media, onderwijspartners en verenigingen van mensen met een migratie-achtergrond waarbij iedere partner verantwoordelijkheid opneemt om directe en indirecte discriminatie en racisme te bestrijden en respect ten aanzien van personen met een andere geloofsovertuiging te bevorderen. Het pact vraagt ook engagementen van onderwijsinstellingen, sociale organisaties, media, lokale besturen en werkgevers om te voorzien in stage- en (vrijwilligers)werkplaatsen voor inburgeraars.”

‘Vertrouwen, verbinden, vooruitgaan’, p 129,
Vlaams Regeerakkoord 2014-2019, 24 juli 2014

Het integratiepact heeft als doel het bestrijden van directe en indirecte discriminatie, en bouwt verder op het Horizontaal Integratiebeleidsplan (HIBP), goedgekeurd door de Vlaamse Regering (15 juli 2016).

De Vlaamse overheid wil dan ook zoveel mogelijk actoren sensibiliseren en responsabiliseren om de nodige maatregelen te ondernemen om:
• Directe en indirecte discriminatie op basis van nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur en afkomst tegen te gaan.
• Racisme te bestrijden.
• Wederzijds respect ten aanzien van personen met een andere herkomst of geloofsovertuiging te bevorderen.

Bij de opstart van het integratiepact verklaarden naast het Minderhedenforum ook ABVV, ACLVB, ACV, GO!, Katholiek Onderwijs Vlaanderen, OVSG, PO, Unizo, Voka en VVSG zich bereid om als partner in te stappen in het integratiepact. Hun concreet engagement zullen ze later bepalen in samenspraak met de andere partners.

Omdat de noodzaak tot verandering bij de diverse actoren reeds aanwezig was, maakten we gebruik van een meer pragmatische aanpak waarbij we op zoek gingen naar een duidelijk beeld van wat er te doen staat om de verandering daadwerkelijk te realiseren. Deze aanpak vertrok vanuit de volgende diagnose:

• Identificeren wat de individuele belangen en doelstellingen waren van de verschillende stakeholders.

• Begrijpen wat vandaag de opportuniteiten en belemmeringen in het huidige systeem zijn en wat de hefbomen zijn tot verandering.

• Bepalen welke onzuiverheden en onduidelijkheden in het huidige discours best worden uitgeklaard.

Deze diagnose werd gedaan aan de hand van 4 asynchrone focusgroepen met ongeveer 80 vertegenwoordigers van verschillende actoren (belanghebbenden en partners). Bij de verwerking van de focusgroepen werd speciale aandacht besteed aan het gehanteerde discours: er werd een eerste aanzet gemaakt van een lexicon van veelgebruikte en mogelijk delicate begrippen zoals integratie, assimilatie, discriminatie, (onbewust) racisme. Het doel hiervan was om tot een gemeenschappelijk begrip te komen van wat er juist bedoeld wordt met deze bewoordingen en na te gaan hoe we de gemeenschappelijke taal meer oplossingsgericht kunnen maken.

De resultaten van de focusgroepen worden samengevat in een beeld. Als beeld werd gekozen voor het archetype van ‘de boom’. Het is een krachtig beeld dat positieve gevoelens oproept van schoonheid, harmonie, majesteit, veerkracht en dienstbaarheid. De boom ontspringt aan een kiem, groeit en neemt in dat proces een steeds groter deel in van de ruimte.minpro-startdag-750_5093

Daarnaast bestaat een boom uit delen die allemaal intuïtief aan een bepaalde taak gelinkt zijn. De wortels nemen de voeding op en verzekeren ze stabiliteit. De stam is de essentiële dragende structuur. De kruin waaiert uit en draagt het gebladerte, bron van fotosynthese.

De metafoor van een boom is dus een beeld van een geduldig en onverstoorbaar groeiproces. Het is eenzelfde groeiproces dat we zouden willen herkennen in het tot stand komen van een ‘veerkrachtige’ maatschappij’. Enerzijds wilden we daarmee weg van een visie die het verschil benadrukt, en anderzijds weten we uit de systeemecologie dat veerkracht het bestaan van diversiteit in een ecosysteem veronderstelt. Veerkracht wordt zo het leidmotief van een toekomstig, gewenst maatschappijbeeld.

In parallel met beeld van een boom is er een eenvoudig systeemmodel dat deze visie verder vormgeeft. Dit model omvat zes activiteiten die samen een veerkrachtige maatschappij tot leven brengen. Met andere woorden: dit zijn hefbomen waarin op een of andere manier maatschappelijke energie moet geïnvesteerd worden om die veerkrachtige maatschappij gestalte te geven.

Die zes activiteiten zijn:

• Grondrechten garanderen
• Handelingsvermogen vergroten
• Herverdelen
• Meerwaarde creëren
• Levenskwaliteit garanderen
• Vertrouwen bouwen

Grondrechten garanderen: de rechtstaat, een functionerende democratie en de welvaartstaat zijn de basis van alles; het in stand houden daarvan vraagt toegewijde aandacht en energie;

Meerwaarde creëren: een maatschappij moet (economische, ecologische, sociale) meerwaarde creëren. Er moet een surplus gegenereerd worden dat dan ten bate van de hele maatschappij kan gealloceerd worden;

Herverdelen: het verdelen van het surplus kan via allerlei solidariteitsmechanismen gebeuren;

Levenskwaliteit garanderen: burgers moeten kunnen genieten van elementaire zekerheden zoals toegang tot behoorlijke huisvesting, onderwijs, zorg;

Vertrouwen bouwen: het creëren van sociaal kapitaal en onderling vertrouwen is vanzelfsprekend een noodzakelijk aandachtspunt;

Handelingsvermogen vergroten: burgers moeten ‘empowered’ worden om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen welzijn en dat van het collectief waar ze deel van uitmaken.

6 Hefbomen

Deze hefbomen staan ook in onderlinge relatie met elkaar. Er bestaan en ontstaan logische verbanden. Meerwaarde creëren laat toe dat herverdeling plaatsvindt. Herverdelen zal helpen om levenskwaliteit te garanderen, enz.

Het systeemmodel expliciteert een aantal van die relaties door pijlen die de hefbomen met elkaar verbinden. Die relaties zijn echter op dit moment nog eerder suggestief en niet door rigoureus onderzoek ondersteund.

In zijn geheel zouden we kunnen zeggen dat de visie een beeld neerzet van een maatschappij die in staat is om een nieuw meerwaardecreatiemodel (‘meerwaarde genereren’) te koppelen aan een hernieuwd sociaal contract (‘grondrechten garanderen’ + ‘herverdelen’).

Het systeemmodel helpt ook om de boom wat verder te duiden. De wortels kunnen geassocieerd worden met de ‘basiswaarden democratie’, de stam met ‘mogelijkheid tot participatie’, de plek waar de stam uitloopt in de takken met ‘herverdelen’.

IMG_1650

Een bijkomend element betreft de context waarin de boom tot wasdom komt. Dat gebeurt niet in een vacuüm, maar in een turbulente omgeving die gekarakteriseerd wordt door belangrijke megatrends op het vlak van milieu (klimaatverandering, botsen op planetaire grenzen), technologie (vierde industriële revolutie, artificiële intelligentie), demografie (migratie en vergrijzing) en toenemende socio-economische ongelijkheid.

Bovendien heerst wereldwijd een klimaat van toenemende polarisatie waarin vanuit een winnaar/verliezer perspectief gehandeld wordt. Dit zijn evidente risico’s en de boodschap van de metafoor is wat dat betreft tweeledig: enerzijds moet de boom sterk genoeg zijn om aan deze krachten te weerstaan, en anderzijds belichaamt de boom als veerkrachtige maatschappij het vermogen om met deze krachten om te gaan.

De output van deze focusgroepen vormde dan ook de basis voor een participatief proces tijdens ‘het startmoment’ van het integratiepact. De belangrijkste doelstelling van het startmoment was het samen bepalen van de oplossingsruimte die door het integratiepact zou kunnen worden verkend en tot leven gewekt. En dit aan de hand van de zoektocht naar de ‘actieve bestanddelen’ of ingrediënten van beloftevolle praktijken en naar de randvoorwaarden.

Deze zoektocht werd gedaan aan de hand van twee workshopoefeningen: de oplijsting en karakterisering van voorbeeldinterventies en de analyse van het DNA van deze interventies via de Lotusbloem.

In de oefening van oplijsting en karakterisering van voorbeeldinterventies werd aan de deelnemers gevraagd om, vanuit hun achtergronden interventies (initiatieven en praktijken) op te lijsten die een positieve bijdrage leveren aan een veerkrachtige samenleving en waar ze een warm hart van krijgen.

Na afloop van deze oefening werd plenair gevraagd om per groep een vaststelling te delen. Volgende zaken kwamen aan bod:
• We willen elkaar blijven ontmoeten om goede praktijken uit te wisselen.
Middelen en communicatie zijn belangrijk; het hoeft niet altijd veel te kosten om veel impact te hebben.
• Er is onvoldoende continuïteit door gebrek aan visie, en door gebrek aan middelen.
Successen hebben vaak de volgende karakteristieken: op mensenmaat; vanuit de noden en sterktes van de mensen die we willen bereiken. Deze successen worden voorbeelden, verhalen die blijven bestaan.
• Goede initiatieven worden genomen door mensen die moedig en creatief zijn, en niet hoogmoedig en arrogant.
• Veel goede interventies zijn lokaal.

minpro-startdag-750_5028 (1)

Het merendeel van de interventies focusten op het bouwen van vertrouwen, het verhogen van het handelingsvermogen en het generen van meerwaarde.
De hefboom bouwen van vertrouwen krijgt de meeste aandacht. Er wordt iets minder ingezet op het ‘garanderen van de grondrechten’, het ‘herverdelen’ en het ‘garanderen van levenskwaliteit’.

De randvoorwaarden kunnen grotendeels onderverdeeld worden in acht thema’s (de volgorde van de thema’s is naar belang): (1) middelen, (2) samenwerking, (3) mentaliteit, (4) beleid, (5) engagement, (6) juridisch kader, (7) zichtbaarheid en (8) monitoring.

Middelen zijn onontbeerlijk voor het slagen van de interventies, hierbij wordt vooral verwezen naar middelen voor onderwijs en werk; in de vorm van opleidingen, ondersteuning van bovenaf, financiële middelen, alsook tijd – wijzende op de nood aan tijd om duurzame verandering teweeg te brengen. Ook menselijke middelen als professionals en rolmodellen zijn uiterst belangrijk om kwetsbaren de nodige steun en toegang tot netwerken te geven.

Samenwerkingsverbanden bestaan er in allerlei vormen, zo wordt er verwezen naar het samenwerken met de beoogde doelgroepen (voor en door), samenwerken tussen verschillende organisaties, samenwerking tussen vrijwilligers en professionelen, samenwerking tussen beleid op alle niveaus.

• Enerzijds een randvoorwaarde, anderzijds de uitdaging is een mentaliteitsverandering, die zowel mee aan de wieg van het draagvlak zal staan als de uitkomst van een veerkrachtige maatschappij zal zijn.

• Met het beleid als randvoorwaarde wordt er vooral verwezen naar het structureel en duurzaam maken van interventies en een sturing van bovenaf.

Engagement is noodzakelijk op individueel, op organisatie, en op maatschappelijk niveau: om in dialoog te treden, politieke gedragenheid te bekomen en open te staan voor verandering.

Het juridisch kader is een krachtige tool die interventies kan ondersteunen. Het juridisch kader dient in enkele gevallen dan ook aangepast te worden om de interventie voldoende slaagkracht te geven.

• Met zichtbaarheid wordt onder andere bedoeld: het correct weerspiegelen van de maatschappij op verschillende niveaus.
De grootste meerwaarde hiervan is de normalisering van diversiteit. Hiervoor is diverse rekrutering in verschillende velden noodzakelijk.

Monitoring in de vorm van testen en dergelijke wordt aangeduid ter bewaking van het juridische kader.

De analyse van het DNA van deze interventies via de Lotusbloem resulteerde in een set van 54 sleutelkenmerken. Deze kenmerken kunnen samengevat worden als volgt:

Zichtbaarheid en normalisering van diversiteit: nieuwe rolmodellen, zichtbaarheid van positieve verhalen, herkenbaarheid door weerspiegeling van de maatschappij;

Continuïteit en duurzaamheid: lange termijn denken, structurele investeringen;

Laagdrempelig en drempelverlagend: inclusief, contextgericht, lokaal;

Delen van kennis, ervaringen, verhalen en tradities: bewezen impact en expertise delen, gemeenschappelijk doel en interesse;

Ontmoeten: sociaal netwerk uitbreiden, overbruggend, vertrouwen herstellen, versterken van burgerschapsvaardigheden en interlevensbeschouwelijke competenties, intergenerationele ontmoetingen;

• Het ontdekken, ontplooien en waarderen van talenten: ontdekken en ontplooien van talenten, kansen bieden, waardering en wederzijdse erkenning;

Engagement en dynamische trekkers.

Verder werden ook volgende zaken aangehaald: samenwerking; het belang van eigenaarschap en maatwerk; creativiteit, en creativiteit binnen een stevig kader; de nood aan zelfreflectie; de wisselwerking tussen lokaal en bovenlokaal; participatie; ruimte om te experimenteren; het creëren van een veranderingsnood, subsidiariteit; schaalbaarheid.

Het is op te merken dat niet alle kenmerken op hetzelfde niveau staan, enkele kenmerken verwoorden eerder een abstract doel dan een concreet kenmerk, andere eerder een randvoorwaarde.

Op het einde van de dag lag er een set van randvoorwaarden die helpen om de slagkracht en de slaagkansen van innovaties te verhogen en een set van ‘actieve bestanddelen’ of ingrediënten van beloftevolle praktijken die bewezen hebben dat ze voor impact kunnen zorgen.

minpro-startdag-750_5097